Na jaren boerenarbeider te zijn geweest, opent Harmen Anema op 12 mei 1903 een paardenslagerij in Bolsward. Het eerste adres van de winkel is nergens in de geschiedenisboekjes terug te vinden. Wél bekend is dat de slagerij in 1921 verhuist naar het huidige onderkomen aan de Heeremastraat 10. Harmen krijgt drie zonen Fokke, Tjitte en Ype. Alle drie belanden zij in het slagersvak. Alleen Ype komt na
zijn diensttijd tijdens de Eerste Wereldoorlog de slagerij van zijn vader versterken. Samen bouwen zij het succes van de slagerij uit en blijven zij jarenlang paarden slachten. Later zette Ype zijn zinnen op het slachten van koeien en varkens, omdat aan de inkoop van paarden een steeds hoger prijskaartje kwam te hangen. Waar paardenvlees eerst een hoofdzaak was, werd het nu een bijzaak. Tegenwoordig worden bij Slagerij Anema alleen nog runderen en paarden geslacht. De zoon van Ype, Harmen, versterkt vanaf zijn 16e jaar de winkel van zijn vader. Als jonge knecht zet Harmen zijn zinnen op het inkopen en slachten van een speciaal type koe, ‘de vleeskoe’. Daarnaast ontwikkelt hij een grote passie voor het mesten van dikbillen op eigen grond. Een liefhebberij, waarmee hij in de jaren daarna talloze prijzen wint bij wedstrijden in Alkmaar, Bolsward, Sneek, Schagen, Leiden, Den Bosch, Antwerpen en Brussel. In 1972 en 1994 wordt hij met zijn zelf gemeste dikbillen Nederlands kampioen op de Paasveetentoonstelling in Den Bosch. In 1997, als zijn zoon Ype samen met zijn vrouw Hilde de zaak overneemt, stopt de slagerij met het zelf mesten van dikbillen. Meerdere boeren uit de omgeving mesten voortaan runderen voor Slagerij Anema, die zich wel succesvol blijft focussen op het slachten in eigen huis. De vierde generatie Anema besluit in 2006 om te investeren in uitbreiding van de slachtplaats en de productieruimte. Een investering die een stevig fundament legt onder het huidige succes van Slagerij Anema, gevestigd in het oudste pand van Bolsward.