27/10/2026
💙 Haar kinderen zag ze zelden .... maar haar buurvrouw vergat haar niet
Iedere middag zat ze op haar vaste plekje bij het raam. Een beetje naar buiten kijken, een beetje voor zich uit staren.
Soms zwaaide ze naar iemand die voorbijliep. Soms riep ze ineens een naam. Wie ze bedoelde? Geen idee.
Mevrouw had dementie.
In het begin vroeg ze regelmatig naar haar kinderen.
‘Komt mijn dochter vandaag nog?’
‘Dat weet ik niet, mevrouw. Zullen we straks eens kijken?’
Maar haar dochter kwam niet. Haar andere kinderen ook nauwelijks.
Waarom niet? Dat wisten we eigenlijk niet. En eerlijk is eerlijk, je weet nooit wat er achter een voordeur allemaal speelt.
Toch was het verdriet soms zichtbaar.
Dan zat ze ineens met tranen in haar ogen. Als we vroegen wat er was, haalde ze haar schouders op.
‘Ik weet het niet.’
En dat was misschien nog wel het moeilijkste. Verdriet voelen, maar niet meer weten waarvan.
Gelukkig was er iemand die haar niet vergat.
Haar vroegere buurvrouw.
Een klein dametje, al aardig op leeftijd, met een handtas die waarschijnlijk ouder was dan sommige collega's op de afdeling.
Bijna iedere week kwam ze langs.
‘Goedemiddag! Is mijn buurvrouw thuis?’
Alsof ze nog gewoon even bij haar aanbelde voor een bakkie koffie.
Die twee hadden jarenlang naast elkaar gewoond. Samen koffiegedronken, boodschappen gedaan, lief en leed gedeeld. Ze kenden elkaars kinderen, elkaars gewoontes en waarschijnlijk ook elkaars kleine ergernissen.
Toen mevrouw naar het verpleeghuis verhuisde, was haar buurvrouw gewoon blijven komen.
Ook toen de gesprekken steeds moeilijker werden.
Ook toen haar vriendin haar niet altijd meer herkende.
Op een middag liep ze zoals gewoonlijk de huiskamer binnen.
‘Zo, daar ben ik weer!’
Mevrouw keek op.
‘Wie bent u?’
‘Ik ben je buurvrouw, joh!’
Mevrouw keek haar onderzoekend aan.
‘O.’
Even bleef het stil.
‘Kom je bij mij zitten?’
‘Nou, dat was eigenlijk wel de bedoeling,’ antwoordde de buurvrouw lachend.
Ze schoof een stoel aan en pakte haar hand.
En daar zaten ze.
De buurvrouw vertelde honderduit. Over de bloemen in haar tuin, over de regen en over die ene buurman die nog steeds zijn vuilnisbak veel te vroeg buitenzette.
Mevrouw zei niet veel terug.
Af en toe knikte ze. Soms glimlachte ze.
En soms keek ze haar vriendin aan alsof ze haar voor het eerst zag.
Maar haar hand liet ze niet los.
Na een tijdje moest de buurvrouw weer naar huis.
‘Nou meid, ik ga er weer eens vandoor.’
‘Moet je nu al weg?’
‘Ja, anders staat mijn eten er vanavond nog.’
Mevrouw lachte zachtjes.
De buurvrouw stond op, trok haar jas aan en gaf haar een kus.
‘Tot de volgende keer, hoor!’
Ze was bijna bij de deur toen mevrouw haar nariep.
‘Mam?’
De buurvrouw draaide zich om.
‘Ja, lieverd?’
‘Kom je nog een keertje?’
Even was het stil.
‘Natuurlijk kom ik nog een keertje.’
‘Gelukkig,’ zei mevrouw. ‘Ik dacht al dat je me vergeten was.’
De buurvrouw liep terug, gaf haar nog een kus en streek even over haar wang.
‘Jou vergeten? Dat zal niet gebeuren.’
Toen ze even later langs ons liep, glimlachte ze.
‘Ze denkt tegenwoordig dat ik haar moeder ben.’
Ze haalde haar schouders op.
‘Nou ja, als ze maar blij is dat ik er ben.’
En de week erop?
Daar stond ze weer.
Met haar oude handtas.
‘Goedemiddag! Is mijn buurvrouw thuis?’
💙Wat als je nou…
We kijken in de zorg vaak naar wie er op bezoek komt. Kinderen, partners, broers en zussen. Maar soms is degene die het trouwst langskomt helemaal geen familie.
Een buurvrouw. Een oude vriendin. Iemand die al jaren bij het leven van een bewoner hoort.
En als iemand met dementie je niet meer herkent, betekent dat niet automatisch dat je bezoek niets meer doet.
Misschien is je naam verdwenen. Misschien zijn de gezamenlijke herinneringen niet meer bereikbaar.
Maar de vertrouwdheid kan er nog steeds zijn.
Dus blijf vooral dat bakkie koffie drinken. Vertel voor de zoveelste keer hetzelfde verhaal. En als iemand je ineens voor haar moeder aanziet, hoef je niet altijd uit te leggen wie je werkelijk bent.
Want soms is het niet belangrijk of iemand nog weet wie je bent. Maar wel dat diegene zich prettig voelt wanneer je er bent. 💙