06/09/2025
Ik ben er vandaag even geweest.
De Flevo Polder.
Jonge grond.
Gewonnen grond.
Ooit bevochten op de zee.
Grote windmolens steken er als middelvingers in de lucht.
Tientallen, zo niet honderden, van die windklappers verpesten er de mooie weidse blik.
Hun wieken zoeven altijd maar door.
Leveren groene stroom uit grijze masten.
En laten we het daar dan ook maar bij houden.
Het land is er glad en strak.
Vruchtbare klei vermengt met wat schelpen.
Goede grond.
Onbetaalbare grond.
Echte akkerbouwgrond.
Uien liggen er nu te drogen, worden gekeerd of opgeladen.
De graanpercelen zijn leeg.
Kool en spruiten staan nog op het land.
Aardappelen en bieten zitten nog in de grond of worden gerooid.
De oogst.
Hun oogst.
Een jaar hard werken mag nu eindelijk worden beloond.
Want het inkomen voor het komende jaar moet nu worden verdiend.
Zowel winst als verlies zijn voor eigen kop.
Ook het teeltplan voor volgend seizoen biedt zelden zekerheid.
Toch willen ze niet anders.
Klagen en dragen.
Het mooiste blijft een goed gewas.
De akkerbouwers.
Met spijkerbroek en werkschoenen of klompen.
Oude trui of t-shirt.
Kleding geeft men niet om.
Omdat hier niet telt hoe je er uit ziet.
Maar om wat je doet of kunt.
Lange dagen op een trekker of rooier.
Volle dumpers rijden van het land.
Vrachtwagens transporteren de opbrengsten verder.
Naar de plek waar de echte winsten worden gemaakt.
En dat is zelden op het eigen erf.
De Flevo Polder.
Mooi stuk Nederland.
Laag stuk Nederland.
Een ander stuk Nederland.
En de bewoners, de akkerbouwers, zijn er net als de polder zelf.
Net als de wegen.
Recht door zee.
Net als de wind,
Altijd aanwezig.
En net als de grond,
Gul.
Als je ze tenminste,
goed behandeld.....